De Jodenster

Stap voor stap werden de Joodse Groningers uitgesloten van deelname aan het maatschappelijk leven. In 1940 werd de Ariërverklaring ingevoerd en werden de Joodse ambtenaren ontslagen. In 1941 begon de registratie van Joden in het bevolkingsregister. Joden moesten hun radio en fiets inleveren en mochten niet meer naar openbare ruimten. Het werd verboden zich buiten de gemeentegrenzen te begeven. Joodse kinderen moesten naar aparte scholen.

Vanaf 3 mei 1942 waren alle Joden vanaf zes jaar verplicht een Jodenster zichtbaar op hun kleding te dragen. Waarschijnlijk werden in een dag 100.000 sterren gedrukt op goedkoop geel katoen. Tegen betaling van twee cent en de inlevering van een textielpunt konden de Jodensterren in het Rabinaatshuis worden afgehaald.

Uit het maandrapport van de politie van mei 1942 blijkt dat de maatregel tot stil protest leidde. “De Jodensterren worden door vele Joden met een zekere trots gedragen. Het is zelfs wel eens voorgekomen, dat een Ariër een Jodenster droeg. Hiervoor zijn twee personen op last van de Sicherheitspolizei aangehouden en naar een interneringskamp gebracht. De Jodenvrienden vinden het overigens verschrikkelijk dat hunne vrienden aldus getekend bij de straat moeten lopen”, aldus de rapporteur.

Jodenster

Collectie Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen

Vanaf 3 mei 1942 waren alle Joden vanaf zes jaar verplicht een Jodenster zichtbaar op hun kleding te dragen.