Het nationale thema

Het nationale thema

Het Nationaal Comité heeft – als onderdeel van het overkoepelend thema Vrijheid maak je met elkaar –gekozen voor Vrijheid en identiteit als jaarthema voor 2009. In de Tweede Wereldoorlog is bij uitstek gebleken hoe ideeën over identiteit de vrijheid kunnen aantasten. Ook vandaag de dag worden oorlogen uitgevochten waarbij identiteit een grote rol speelt. Hoe komt dat toch?
Wanneer wordt identiteit een gevaar voor de vrijheid?

Vrijheid en identiteit staan op gespannen voet met elkaar. Beide hebben ruimte nodig om te kunnen ademen. Die ruimte is er ook. Meer dan genoeg zelfs. Maar als de één zich sterk maakt ten koste van de ander, ontstaat er verstikkingsgevaar. Dan dreigen zowel de vrijheid als de identiteit het loodje te leggen. Hoe zo’n ‘ramp’ te voorkomen? Op zijn minst is het nodig om erachter te komen wie en wat je bent, wat je identiteit is. Identiteit is primair iets van jezelf. Maar om er iets zinnigs over te kunnen zeggen, heb je de spiegel van een ander nodig. Om vast te kunnen stellen: ‘zo ben ik’, ‘zo ben ik niet’, tot en met, ‘zo wil ik zijn’, ‘zo wil ik niet zijn’. Die spiegel helpt ons te ontdekken bij wie en wat we ons thuis voelen. Maar via de ander komen we er ook achter bij wie we ons niet thuis voelen. Wij en zij. Soms ervaren we de zij-groep zelfs als een bedreiging voor onze wij-groep. Zo verandert de ander in een tegenstander en in extreme gevallen zelfs in de vijand. In iemand die onze identiteit bedreigt en die we om die reden het liefst buitenspel willen zetten. Weg vrijheid. Vandaar dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei Vrijheid en identiteit dit jaar als thema heeft gekozen, om samen te ontdekken hoe we het beste in alle vrijheid onze identiteit kunnen ontplooien.

Kuddegedrag

In de Tweede Wereldoorlog is in het extreme gebleken hoe ideeën over identiteit de vrijheid kunnen aantasten. Ideeën over de eigen superieure identiteit werden gebruikt om het oorlogsgeweld en de vervolgingen te legitimeren. Degenen die niet bij de eigen groep hoorden, werden als minderwaardig behandeld, uitgesloten en in veel gevallen vervolgd en vermoord. Kunnen we zulke ontsporingen voorkomen? Hoe kun je in vrijheid jezelf zijn als individu of als groep, je eigen identiteit beleven en uiten en tegelijkertijd  orkomen dat de visie op de eigen identiteit leidt tot een  iskwalificatie van de ander? Zoals in de Tweede Wereldoorlog gebeurde, met dramatische gevolgen voor de vrijheid. Om vat te krijgen op zo’n moeilijke vraag, is het nuttig te bedenken dat identiteit een veelzijdig begrip is. Een mens heeft niet één identiteit, hoewel er wel sprake is van een kern, een onmiskenbare eigenheid. Identiteit heeft allerlei kanten en uitingsvormen en draagt daarmee veelmogelijkheden in zich om je te herkennen of te verbinden met anderen. Welke kant van je identiteit naar boven komt, hangt af van het moment en de omgeving. Ook in een vrije samenleving past een mens zich vaak aan aan de omgeving en de verwachtingen van anderen, zonder zichzelf daarbij geweld aan te doen. Dat moet ook wel: de vrijheid om een identiteit te vormen en te uiten kan alleen bestaan als mensen rekening met elkaar houden, elkaar de ruimte geven en zich af en toe een beetje inhouden. Het is wel moeilijk om hier een grens te stellen: een mens die zich volledig aanpast aan de omgeving, gebruikt de vrijheid niet. Maar iemand die nooit rekening houdt met anderen, laat anderen eigenlijk geen vrijheid. Waar ligt de middenweg?
De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog is een waarschuwing voor de groteske vormen die het uitdragen van identiteit kan aannemen. Superioriteitsgevoelens en kuddegedrag kunnen tot minachting en uitsluiting van anderen leiden. De vraag is dan ook: wanneer brengt identiteit de vrijheid in gevaar?

De overheid

In een vrije samenleving heeft de overheid een ingewikkelde rol: ze moet vrijheden van burgers eerbiedigen en beschermen, maar ook de vrijheden van verschillende mensen en van verschillende groepen wegen ten opzichte van elkaar. Als grondrechten botsen, dan zoekt de overheid naar een oplossing waarin de vrijheid zo min mogelijk wordt geschaad. In Nederland hebben mensen hierdoor
veel ruimte om af te wijken van het gemiddelde, van de norm. Maar is dit onbeperkt? Zijn er grenzen aan de mate waarin je mag afwijken van de norm? In de Tweede Wereldoorlog werden mensen die afweken van het ideaalbeeld gewelddadig uitgesloten. In Nederland en in veel andere landen is de vrijheid om af te wijken van de meerderheid stevig verankerd in de grondwet. De laatste jaren staan echter ook de grenzen aan vrijheden hoog op de agenda. Sommigen vinden dat er te veel vrijheid is en dat de bandbreedte waarbinnen mensen in vrijheid hun identiteit mogen uiten of vormen, beperkt moet worden. Zij maken zich zorgen over een gebrek aan samenhang in de maatschappij en menen dat het belang van samenhang groter is dan het belang van de individuele vrijheid. Samenhang is volgens hen een voorwaarde om de vrijheid te behouden. Ook de Nederlandse regering maakt zich zorgen over de sociale cohesie en worstelt met haar eigen rol hierin. Wat hebben we aan gemeenschappelijks nodig om – ondanks alle verschillen – vreedzaam in vrijheid samen te leven? Moeten we misschien accepteren dat sommige groepen zich minder verbonden voelen met de samenleving?

Internationaal


Niet alleen in Nederland maar ook in de rest van de wereld heeft de Tweede Wereldoorlog haar sporen achtergelaten in het denken over de bescherming van vrijheid en identiteit. Na de Tweede Wereldoorlog zijn verschillende internationale organisaties opgericht om via samenwerking nieuwe oorlogen en mensenrechtenschendingen te voorkomen. Europese organisaties als de Europese Unie en de Raad van Europa zetten zich vandaag de dag ook in voor de bescherming van vrijheden van mensen en van groepen. Toch is het draagvlak voor de Europese Unie afgenomen. Mensen zijn bezorgd dat de Europese Unie de vrijheid om een eigen identiteit te hebben, zal belemmeren. Deze angst is niet los te zien van de globalisering: in een steeds groter wordende wereld grijpen mensen terug op dat wat dichtbij is. Hoe kan de Europese Unie ruimte bieden aan de eigen identiteit en tegelijkertijd de samenwerking en verbondenheid tussen lidstaten en burgers bevorderen? Internationale samenwerkingverbanden hebben er aan bijgedragen dat het aantal oorlogen tussen landen is afgenomen. Binnen landen zijn en worden wereldwijd echter nog tientallen oorlogen uitgevochten. Daarbij wordt identiteit vaak gebruikt om mensen tegen elkaar op te zetten. De vraag hier is: hoe kan de internationale gemeenschap bijdragen aan een wereldwijde samenleving die vrijheid en vrede biedt aan alle mensen, niet alleen op papier, maar ook in de praktijk?

Het moge duidelijk zijn: het spanningsveld tussen vrijheid en identiteit roept een stortvloed aan vragen op, lastige vragen soms. Maar het helpt als we bedenken dat we de ander nodig hebben om zicht te krijgen op de eigen identiteit. Het is de kunst om in vrijheid te leren leven met verschillen. Want uiteindelijk is er altijd meer dat ons bindt dan dat ons scheidt.

Het nationale thema